François Crépin en de Studie van Wilde Rozen

De beginjaren

François Crépin, die zich reeds als kind sterk aangetrokken voelde tot de veldbotanie, had het geluk aan zijn zijde. De wijde omgeving van zijn geboorteplaats Rochefort, in het lage bergland van Wallonië, behoorde tot de botanisch meest gevarieerde regio’s van het pas onafhankelijke België. De regio was bovendien rijk aan wilde rozen.

In de klas toonde Crépin weinig ambitie en daarom besloten zijn ouders om hem naar een naburig dorp te sturen voor privé-onderricht bij Romain Beaujean, een onderwijzer en tevens veelzijdig naturalist. Zijn kort verblijf van ongeveer één jaar in Wavreille, rond 1844-1845, volstond om in het nieuwsgierige kind een kritische naturalist en wetenschapper te laten ontluiken.

De dag dat hij afscheid nam van Beaujean, was meteen het einde van de formele schoolopleiding van de jonge Crépin. Hij keerde terug naar Rochefort, waar hij in een katholiek en financieel comfortabel gezin leefde.

Hij hoefde voorlopig geen baan te zoeken om in zijn onderhoud te voorzien en wijdde zich ten volle aan de botanie. Voor 1860 had hij slechts een paar keer kortstondig een baan, maar het kantoorwerk kon hem niet bekoren. Tijdens zijn excursies leerde hij ondertussen de flora van het hele land kennen. Als autodidact verslond hij stapels literatuur. Hij begon een levenslange correspondentie met botanici in binnen- en buitenland. Zijn huis werd een centrum voor de uitwisseling van herbariumspecimens en botanische expertise. De resultaten van nauwkeurige observaties legde hij vast in notities en tekeningen, die de basis vormden voor zijn wetenschappelijke publicaties.

Tot de boeken die vrienden hem uitleenden, behoorde Charles Darwins Origin of Species – de Engelse tweede editie van begin 1860. In die tijd was het idee dat soorten konden evolueren niet nieuw, maar het was voor de Origin wetenschappelijk nooit overtuigend onderbouwd. De overvloed aan data en Darwins sterke argumentatie maakten echter van het boek een krachtig wapen in de handen van allen – onder wie ook veel naturalisten – die het dominante geloof aanvochten dat elke soort door God geschapen was en onveranderlijk.

Geen ander boek over het door velen als bedreigend ervaren idee van de evolutie had in de 19e eeuw een vergelijkbare invloed in wetenschap en samenleving. Toch overtuigde het Crépin niet. Hij bleef trouw aan het idee van constante soorten en verdedigde dit standpunt in de eerstvolgende jaren in diverse publicaties.