François Crépin en de Studie van Wilde Rozen

Een onvoltooid project

In de jaren 1890 keek een groeiend aantal van Crépins correspondenten uit naar de publicatie van zijn rozenmonografie.

Tegemoetkomend aan die druk, werd uiteindelijk een inschrijvingsformulier rondgestuurd waarin het verschijnen van de Prodrome de la Monographie des Roses werd aangekondigd voor de winter 1894-95. Dit bleef echter zonder gevolg.

Tijdens de slotjaren van zijn carrière bleven schijnbaar onoplosbare vragen rondspoken in het hoofd van de rhodoloog. Hij beproefde nieuwe methodes (inclusief elementaire statistische berekeningen) en vroeg zijn correspondenten om hem nog meer collecties op te sturen. Bij wijze van denkoefening krabbelde hij notities bij elkaar met knagende vragen die onbeantwoord bleven. De voltooiing van zijn monografie werd een hersenschim.

In 1895 was een jonge Franse botanist, Paul Evariste Parmentier (1860-1941), ervan overtuigd dat hij het oude probleem van de classificatie van het genus Rosa kon oplossen. Hij rekende daarvoor op de modernste anatomische en histologische technieken voor het onderzoek van plantenweefsels met behulp van de microscoop.

Om zijn taak tot een goed einde te brengen, vroeg Parmentier de medewerking van Crépin. Dit liep echter spoedig mis en er ontstonden oplopende spanningen. Crépin voelde zich gekwetst en onvoldoende gewaardeerd door Parmentier die, zo meende hij, het belang onderschatte van de morfologie (de studie van de vorm en organisatie van de delen van een organisme) die in zijn fytografisch werk altijd cruciaal was geweest. Van zijn kant maakte Parmentier het de ouder wordende rozenexpert duidelijk dat zijn traditionele benadering achterhaald was en dat nieuwe technieken vereist waren om eindelijk te komen tot een natuurlijke classificatie van de rozen.

De intellectuele botsing tussen Parmentier en Crépin plaatste twee karakters en twee generaties van onderzoekers tegenover elkaar.

Door de druk en uitputting waartoe dit leidde, gevoegd bij de aanzwellende twijfels doorheen de voorgaande jaren, kwam er een einde aan de publicaties van Crépin. Een falende gezondheid leidde enkele jaren later tot zijn ontslag als secretaris van de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging en als directeur van de Rijksplantentuin.

François Crépin overleed in 1903, een overvloed aan materiaal achterlatend voor de voltooiing van ‘zijn’ rozenmonografie die hij zelf niet had kunnen afwerken. Vandaag koestert Plantentuin Meise de nalatenschap van Crépin – inclusief zijn rozenherbarium. In de 21e eeuw biedt dit patrimonium uitgelezen kansen voor een hernieuwde studie met behulp van de nieuwste moleculaire technieken. Wetenschappers zijn het nog altijd niet eens over een algemeen aanvaarde classificatie van het genus Rosa. Het blijft een project in uitvoering, omgeven door tal van stekelige vragen.