François Crépin en de Studie van Wilde Rozen

Een roos is een roos is een roos

Spelend met de voor haar werk kenmerkende gefragmenteerde syntax, schreef Gertrude Stein in het gedicht Sacred Emily, uit 1913, dat ‘a rose is a rose is a rose’. Uit hun context gehaald, zijn die woorden nadien dikwijls heel vrij geïnterpreteerd.

Mocht hij in 1913 nog hebben geleefd, dan had de botanicus François Crépin (1830-1903) er beslist niet een vrijgeleide in gezien om elke geurende roos eenvoudigweg ‘een roos’ te noemen. Voor Crépin had immers elke roos een eigen identiteit, die was vastgelegd in haar wetenschappelijke naam. Voor hem verschilde Rosa arvensis van Rosa canina, net zoals ze verschilde van Rosa coronata.

Bestookt door een overvloed aan nieuw beschreven soorten wilde rozen, had de zelfgeschoolde plantkundige en erkende wereldautoriteit op het vlak van de rozenstudie de taak op zich genomen om orde te brengen in het complexe plantengeslacht Rosa.

Door hun prachtige en geurende bloemen worden rozen al eeuwenlang hoog gewaardeerd. De Griekse dichter Sappho noemde de roos de koningin onder de bloemen. Om tegemoet te komen aan de wensen van het veeleisende publiek, experimenteerden rozenkwekers in de 19e eeuw voortdurend met het kruisen en enten van rozen van uiteenlopende herkomst. Inmiddels is het aantal rozenvariëteiten opgelopen tot meer dan 20.000.