You're viewing this item in the new Europeana website. View this item in the original Europeana.

Mr. dr. W.F.J. Frowein, president-directeur Staatsmijnen in Limburg, geschilderd door de beroemde kunstschilder Antoon van Welie in 1932. De foto is gemaakt door A. Frequin Den Haag. Wilhelm Frederik Johan Frowein werd geboren te Arnhem op 2 november 1876. Na de lagere school en het behalen van het gymnasiumdiploma in Arnhem studeerde hij rechten aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aldaar in de rechten op 14 november 1899. Twee jaar later promoveerde Frowein op 21 mei 1901 tot doctor in de Staatswetenschappen. Frowein werkte enige tijd als advocaat en procureur te Arnhem. Hij was van 15 december 1901 tot 1 februari 1904 werkzaam als commies-redacteur bij de gemeente Groningen. Na ruim twee jaar trad hij op 1 februari 1904 in dienst van het ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel als commies. Bij dit departement was hij, later als hoofdcommies, belast met mijnbouw-aangelegenheden. Frowein was betrokken bij de totstandkoming van het Mijnreglement uit 1906. Hij was 31 jaar oud toen hij op 1 januari 1908 door minister Veegens werd benoemd tot directeur-voorzitter van de driekoppige directie van de Staatsmijnen, als opvolger van directeur-generaal H.J.E. Wenckebach die naar Nederlands-Indië vertrok. Tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 en de jaren hierna werd hij als directeur van de Rijkskolendistributie belast met de zorg voor een doelmatige distributie in Nederland van brandstoffen. In 1922 werd hij hiervan eervol ontslagen met dankbetuiging voor de belangrijke, door hem bewezen, diensten. Als vertegenwoordiger van Nederland nam hij meerdere malen deel aan internationale besprekingen inzake het kolenvraagstuk. Frowein's organisatietalent en zijn sociale betrokkenheid stimuleerden van zijn aantreden tot zijn pensionering de enorme groei van het Staatsmijnbedrijf. Hij onderhield ook goede betrekkingen met mgr. dr. W.H. Nolens, voorzitter van de Mijnraad en een invloedrijk lid van de Tweede Kamer, en dr. H. Poels, de grote katholieke Limburgse voorman in die periode. Frowein was vele jaren voorzitter van het bestuur van het Algemeen Mijnwerkersfonds en de Contact-Commissie voor het Mijnbedrijf. Met ingang van 1 januari 1942 werd hem eervol ontslag verleend. Tijdens zijn leven is Frowein diverse malen koninklijk onderscheiden. Reeds in 1913 werd hij op 37-jarige leeftijd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1922 werd hij Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Negen later werd volgde zijn bevordering tot Groot-Officier in deze Orde van Oranje-Nassau. Ook buitenlandse staatshoofden eerden hem voor zijn inzet. In 1932 werd hij benoemd tot Groot-Officier in de Orde van Leopold II van België. De koning van Zuid-Slavië benoemde hem in 1937 tot Commandeur in de Orde van de Kroon van Zuid-Slavië. In zijn vrije tijd was Frowein president-kerkvoogd van de Hervormde Gemeente in Heerlen, protestants regent van het St. Jozefziekenhuis, vele jaren lid van de Provinciale Staten van Limburg en lid van het hoofdbestuur van de Christelijke Historische Unie. Vooral in die functies heeft hij veel bijgedragen aan de verstandhouding tussen protestanten en katholieken. Bij zijn tachtigste verjaardag ontving hij in 1956 de erepenning van de provincie Limburg. Mr. dr. W.F.J. Frowein overleed in het Heerlens ziekenhuis op 12 juli 1958 en werd op zijn landgoed Goedenraad te Eys-Wittem begraven.

HI 2905